Het woord van de maand

En ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen                                                                                                 Jesaja 22: 22

Ofschoon ik al veel jaren in de bijbel gelezen heb, kom ik af en toe nog een verhaal tegen waarvan ik moet zeggen: Daar heb ik nog nooit gelezen of opgemerkt. De bijbel kan dus soms erg verrassend zijn. De volgende meditatie gaat over zo’n verhaal. Het is eigenlijk een profetie, dat staat erboven. Misschien hebt u ook nog nooit een uitleg van dit Bijbelgedeelte gehoord? Het staat in Jesaja 22. De profetie gaat zo:

Een Egyptenaar Sebna genaamd, was in dienst getreden van koning Hizkia van Juda. Eerst als schrijver. (2 Koningen 18) Omdat hij waarschijnlijk betrouwbaar was heeft koning Hizkia hem bevorderd tot hofmaarschalk. Dat betekende dat hij de opper-schatbewaarder van de koning werd. Hij kreeg de sleutels van het paleis in beheer en de sleutels van de schatkamers in de tempel. Sebna kon echter de weelde van zijn positie niet dragen. Hij ging zichzelf verrijken. Hij werd hoogmoedig en liet een praalwagen voor zichzelf maken en op een heuvel een praalgraf  bouwen. Dat was tegen de wet die in Juda gold. Praalwagens en een praalgraf waren uitsluitend een koninklijk voorrecht. Sebna maakte zich in feite aan de door God aangestelde koning gelijk. Dat was een gruwel in Gods ogen. De profeet Jesaja wordt er door God op uitgestuurd om hem Gods oordeel aan te zeggen. De Heer zegt dat Sebna uit zijn functie zal worden gezet. De Heer zegt tevens dat Sebna tot een bal ineengerold zal worden en naar een ver land zal worden gerold. De ene ellende stapelt zich op de andere, tot aan zijn dood toe. Hij is waarschijnlijk in Assyrië gestorven omdat daar een graf gevonden is wat zijn naamzegel draagt.

Tot zijn opvolger wordt Eljakim benoemd. Hij krijgt dezelfde waardigheid die Sebna gehad heeft. Nee zelfs nog groter waardigheid. Van hem wordt gezegd dat hij tot een vader zal zijn voor de inwoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda. Jesaja profeteert dat Eljakim door God de sleutel van het huis van David op zijn schouders gelegd zal krijgen. Opent hij, niemand sluit, sluit hij, niemand opent. Dat is dezelfde macht die later aan de apostelen van Jezus Christus gegeven zal worden. Eljakim zal als een pin in een hechte plaats vastgeslagen worden en hij zal wezen tot een stoel voor het huis van zijn vader. Zijn hele familie zal kunnen profeteren van zijn goede betrekking aan het hof. Maar Eljakim is ook maar een mens. Op een gegeven moment wordt het hem teveel en zijn functie gaat verloren evenals die van zijn bloedverwanten.

Waarom spreekt Jesaja deze profetie? Wat kunnen we hieruit leren? Als je naar het leven van Sebna kijkt komt dat in grote trekken overeen met het leven van Adam en Eva. Zij kregen veel in het paradijs om van te genieten. Maar het was hun nog niet genoeg. Ze wilden aan God gelijk zijn en vergrepen zich aan de boom van kennis van goed en kwaad. Dat was een gruwel in Gods ogen. Daarom werd de mensheid uit het paradijs gejaagd. Tot een bal ineengerold en de dood kwam de wereld binnen. Het ging met de mensheid vanaf dat moment van kwaad tot erger. Dat proces gaat nog steeds door. De gruwelen die mensen bedrijven worden steeds erger. Daar zit satan achter.

Als we naar het leven van Eljakim kijken dan zien we daarin een beeld van de tweede Adam, Jezus Christus. In Openbaringen 3: 7 wordt van Hem gezegd: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel van David heeft; die opent en niemand sluit en hij sluit en niemand opent. Leest u het verschil met de sleutel van Eljakim? Bij Eljakim wordt gezegd dat hij de sleutel van het huis van David op zijn schouders krijgt gelegd. Bij Jezus wordt gezegd dat hij de sleutel van David in zijn bezit krijgt. Eljakim beheerde de schatkamers. Jezus beheert en heerst over de stad Jeruzalem. Deze zin slaat natuurlijk op het nieuwe Jeruzalem wat aan het eind van de tijden uit de hemel op aarde zal neerdalen. Jezus opent voor gelovigen in Hem de poorten van de stad. Zijn kinderen hebben vrije toegang. Dat is wel anders dan bij ons. Wij houden de deur voor onze naaste nogal eens gesloten.  Jezus sluit de poort nooit. Bij Hem kunnen we altijd terecht. Jezus wordt door God bekleed met een eeuwigdurend priesterambt. Mensen die in Hem geloven noemt hij mijn vader en moeder, zusters en broeders. Familie dus. De familie van Jezus Christus zal mee mogen profeteren van de grootheid die hij in Gods heerlijkheid krijgt. Jezus is naar de hemel gegaan om ons een plaats te bereiden. Anders gezegd: een stoel gereed te zetten. Ziet u de overeenkomst met Eljakim. Ook hij maakte zijn positie tot een erezetel (een versierde stoel) voor zijn familie. Maar Eljakim was mens en dus zondig. Zijn macht ging verloren. Jezus Christus is Gods zoon en niet zondig.  Zijn macht zal geen einde kennen. Voor ieder die in Hem geloofd is er in de hemel een plaats bereid. Daar mogen we op vertrouwen en dat wilde de profeet Jesaja ons, ongeveer 500 jaar voor Christus’ geboorte, met deze profetie al duidelijk maken.

Ad van Sighem