Het woord van de maand

Hij/zij toch zal zijn als een boom, geplant aan het water.      Psalm 1: 3 en Jeremia 17: 8

In de bijbel wordt de levensfase van een mens ook wel vergeleken met de levenscyclus van een boom. De wortels moeten diep in de aarde doordringen om een boom in leven te houden. Dan brengt een boom in de zomer of het najaar veel vrucht voort. Dat is in deze (en vorige) zomers een groot probleem geweest. De afgelopen zomers waren veel te warm en te droog om een goede groei van de gewassen op het veld te geven. Klimaatverandering is daar de oorzaak van en we zullen daarmee moeten leren leven. Maar zonder water is er geen leven. Met het water in deze twee Bijbelgedeelten wordt het levende water wat Jezus geeft bedoeld. Zijn woorden die als water over de aarde vloeien. Zijn woorden die opgeschreven staan in de Bijbel. Daar moeten we naar toe groeien, ons in wortelen. Ons telkens weer op baseren. Als mijn levensboom een stevige basis heeft, drinkend van het levenswater, zullen er vruchten groeien. En op die manier heb je anderen ook veel te bieden. Vaak kijken we zo snel naar de vruchten van de boom en willen we snel resultaat zien. Maar het is juist andersom: we mogen ons wortelen in Gods liefde en vanuit die voedingsbodem mogen er vruchten groeien: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, hulpvaardigheid en zelfbeheersing (Galaten 5:22). Als die vruchten er niet snel komen gaan we in de weer met gieters om onze levensboom te begieten. Maar de basis moet eerst goed zijn. Wortelen in Gods liefde. Daar geregeld om vragen is een betere grond voor onze wortels. Zo kweken we goede wortels waar de boom van profiteert en daardoor ook allen die van de vrucht van de boom afhankelijk zijn. Zodra de Geest van God in ons werkzaam is zouden ook wij goede vruchten moeten produceren. Hier op aarde en later in de hemelse heerlijkheid. Want onwillekeurig gaan mijn gedachten van deze Psalm over naar het boek Openbaringen. In hoofdstuk 22: 2 staat: In het midden van het plein van de stad (het nieuwe Jeruzalem) en aan weerszijden van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing. Als we zo in het leven staan dat onze vruchten de naasten ten goede komen en onze bladeren genezing voor de volken zijn, zijn we dubbel vruchtbaar tot in verre oorden. Een utopie? Neen, met Gods hulp kunnen we veel meer dan we ooit voor mogelijk hielden.

               Ad van Sighem