Het woord van de maand

Bomen                                                                                      Jeremia 17: 7 en 8

Wij wonen vlak aan zee. Er is bijna altijd wel een windje te voelen. Soms een hevige storm. Toch is het aantal bomen wat daaronder te lijden heeft niet zo heel groot. Natuurlijk als er een flinke herfststorm over Walcheren waait zien de bladeren van de bomen bruin van de wind en van het zout. Als er direct na de storm regen valt, is de schade aan de bladeren beperkt. Maar soms blijven de bomen bruin blad houden tot het voorjaar en de bomen weer uitlopen. De bomen groeien ook krom omdat hier meestal een westenwind staat. Er groeit maar een beperkt soort bomen. In de duinen nog wel wat dennen-bomen. Dan wat lage bomen. Verder van zee worden ze hoger. Loofbomen zijn er niet zoveel, Linden, wilgen kastanjes en verder diep wortelende bomen. Daarvan komen de wortels altijd in het grondwater. Vlak bij de duinen in het kwelwater wat bij hoog water van de zee, onder de duinen of dijk in het vlakke land geperst wordt. Dat water is een beetje zout en daar moet een boom wel tegen bestand zijn. Maar dan staan bomen ook als een huis of zoals ik vrij naar Jeremia vertaal. Jeremia 17:7,8 zegt zo mooi: ‘Gezegend wie op de Heer vertrouwt, wiens toeverlaat de Heer is. Hij is als een boom geplant aan water, zijn wortels reiken tot in het grond-water. Hij merkt de komst van de hitte niet op, Hij is bestand tegen kou. Veel bomen zijn ook tegen ziektes bestand. Iepen niet. Zijn bladeren blijven lang groen. Tijden van droogte deren die bomen niet, steeds weer dragen ze vrucht.’ Die bomen staan met hun wortels in het water. Hoe zou het zijn wanneer wij zouden ‘staan’ als die boom? Met onze wortels in het ‘Water des levens’. Coronavrij water. Gezond makend water. Voor de Geest.
Zouden we dan ook tot op hoge leeftijd vruchten dragen? Hou vol en laat u niet misleiden door de duivel. Die brengt o.a. pandemieën van corona en andere ellende in de wereld.

          Ad van Sighem