Woord voor de maand februari 2016

‘Heer, naar wie zouden wij toe moeten gaan? U spreekt woorden die eeuwig leven geven!

 

 Johannes 6: 68    

 

Jezus heeft in het begin van hoofdstuk 6 het wonder gedaan van de spijziging van de vijfduizend mannen. Daarom zoeken de volgende dag de mensen hem opnieuw op. Misschien om te kijken of ze weer brood krijgen? Maar dan vinden ze een Jezus die onbegrijpelijke woorden tegen hen spreekt. Hij heeft het over zijn vlees eten en zijn bloed drinken. Wij begrijpen, na de instelling van het Heilig Avondmaal, wat Jezus toen bedoelde. De Joden die bij Jezus waren, begrepen er niets van. Ze gaan met elkaar discussiëren over de betekenis van zijn woorden. Dan doet Jezus er nog een schepje bovenop door te stellen dat niemand tot geloof kan komen of het moet hem/haar door de heilige Geest gegeven zijn. Nu is dat wel een geloof waardoor je in beweging komt. Een geloof met een opdracht. Niet alleen een geloof voor op zondag. Nu gaan de mensen echt protesteren.  Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: Ergeren jullie je aan deze woorden? Is het een struikelblok voor jullie? Hier horen we dat woord, dat ook Paulus later gebruikt in zijn brief aan de christenen in Korinthe: het Evangelie is een aanstoot, schandalig voor de Joden en een dwaasheid voor de Grieken (I Kor. 1: 23). De grote kring van leerlingen, van discipelen struikelt over de moeilijke woorden van Jezus en gaat terug richting huis. De mensen een illusie armer. Jezus moet daar vreselijk onder hebben geleden dat er zoveel mensen bij Hem wegliepen, maar toch zegt hij dan tegen zijn trouwste discipelen: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ Simon Petrus antwoordde dan, ook namens de anderen,: ‘Heer, naar wie zouden wij toe moeten gaan? U spreekt woorden die eeuwig leven geven! Wij geloven in u. Wij weten dat u door God zelf gestuurd bent.’

In vers 65 zei Jezus: ‘Ik heb jullie al gezegd: De Vader brengt de mensen die bij mij horen, naar mij toe. Alleen zij kunnen bij mij komen. Als je over die woorden gaat nadenken moeten ook wij toegeven dat we hier niets van begrijpen. Wat we wel weten is wat een voorrecht we hebben als we van kinds af gehoord hebben over de Blijde Boodschap dat Jezus Christus heeft geleden voor onze zonden, is opgestaan en nu voor ons pleit als we na de dood voor God verantwoording van ons leven moeten afleggen. Ik snap niet dat ik door God aangeraakt en verkozen ben. Ik ben toch geen haar beter dan een ander! Waarom ik en een ander niet, ik snap er werkelijk niets van, maar kan God alleen maar veel en hartelijk dankzeggen voor die gunst aan mij bewezen. Ik hoop dat god u dezelfde gunst bewijst.

 

Ad van Sighem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *